Tine Gielis (CD&V, Laakdal) - “Ja, mijn focus in de Kamer ligt op de Kempen”

“De eerste maanden heb ik constant mijn weg lopen zoeken, zowel in het gebouw als in de agenda’s en procedures. Maar nu noem ik het parlement mijn nieuwe speeltuin. Ik kan van daar echt iets veranderen voor mijn kiezers. Weet je, mijn wereld heeft zich meer dan dertig jaar afgespeeld rond de kerktoren. Ik woon in Laakdal, ik ben er burgemeester en ik heb 36 jaar bij Amoco in Geel gewerkt. Nu zit ik in een nieuwe wereld met nieuwe mogelijkheden. Dat geeft me energie.”

Gielis is blij met haar zitje in de commissie Mobiliteit. Ze is bezig met de wetsontwerpen voor e-steps en ze heeft een resolutie ingediend tegen de prioriteit van internationale treinen op lokale. “Het treinverkeer van de Kempen naar Antwerpen en Brussel is echt belangrijk voor de Kempenaars. Ik ijver er ook voor dat het budget van Defensie voor een deel naar de Kempen komt. We moeten in functie van een betere Defensie ook investeren in de spoor- en wegeninfrastructuur. Ik heb de Kempense parlementairen ook samengebracht over de IJzeren Rijn. Als die er komt, moeten we goed bewaken dat er geen te grote impact is op de gemeenten waar het tracé doorheen loopt én moeten we als regio ook de vruchten ervan kunnen plukken.”

“Ja, mijn focus ligt op de Kempen”, zegt Gielis. “Deze streek heeft een historische achterstand wat de financiering betreft. Er gaan veel meer middelen naar Antwerpen. Ik ben geen calimero als ik dat zeg. Dat is gewoon zo. Ik vind dat de Kempenaars nog meer moeten opkomen voor hun regio. Het Kempengevoel is nu zwakker dan vijftien jaar geleden. Nochtans staan we voor grote uitdagingen. Ik wil dat gevoel opnieuw aanwakkeren.”

Tine Gielis heeft Servais Verherstraeten opgevolgd in de subcommissie Nucleaire Veiligheid. “Ik heb meteen een voorstel gedaan om een van de toekomstige kleine kerncentrales in Dessel/Mol bij het SCK te bouwen. Daar is plaats genoeg. Rond het SCK zijn ook hoogtechnologische spin-offs ontstaan. We moeten de academische kennis van het SCK commercialiseren. We moeten trots zijn op wat er in de Kempen gebeurt.”

Na haar carrière van 36 jaar in de chemie, heeft Gielis ook een resolutie ingediend die in deze barre tijden de chemiesector wil ondersteunen. “Er werken in de Kempen meer dan 8.000 mensen in de chemie. Die jobs zijn heel belangrijk voor de regio om onze welvaart te kunnen behouden.”

Staf Aerts (Groen, Duffel) - “De Kamer is wat chaotischer dan het Vlaams Parlement”

Staf Aerts, gemeenteraadslid in Duffel, is in de Kamer voorzitter van de commissie Legeraankopen. Is dat geen vreemde keuze voor een groene jongen? “Helemaal niet. Mijn partij heeft dit voorzitterschap gekozen. We weten dat het aantal legeraankopen enorm zal toenemen. We vinden het belangrijk om daar toezicht op te houden. En het thema interesseert me. Ik heb in 2004 mijn thesis geschreven over de vraag ‘Meer Europa of meer NAVO?’ Dat is opnieuw een brandend actueel thema. In het Vlaams Parlement zat ik ook al in de commissie Buitenland. Controle op wapenexport is echt belangrijk. We weten bijvoorbeeld dat in Vlaanderen gemaakte beeldschermen gebruikt worden in Russisch afweergeschut. Zoiets moeten we toch vermijden.”

Het toezicht op de legeraankopen is in het parlement overigens netjes verdeeld over verschillende partijen. N-VA levert de voorzitter voor de commissie Defensie, Vooruit die voor Buitenlandse Missies.

Hij wilde het eerst niet geloven, maar Aerts ervaart het nu: de debatten in de Kamer zijn heftiger dan die in het Vlaams Parlement. “Maar het Vlaams Parlement is wel beter georganiseerd. Er zijn duidelijke agenda’s die ook worden uitgevoerd. De Kamer is wat chaotischer.”

Of hij zich een echte vertegenwoordiger van het volk voelt? “Het mooiste compliment dat ik van iemand kan krijgen, is: ‘Staf, je hebt exact verwoord wat ik voel.’ Dat betekent dat ik de noden van mensen begrepen heb. Mijn engagement is lokaal gegroeid, en ik onderhoud het contact met de straat nauwgezet. Met de input van de straat probeer ik in de Kamer iets te veranderen. Zo heb ik gepleit voor extra treinen voor de Gaza-betogingen en de klimaatmarsen in Brussel. Die zijn er gekomen. Ook voor de Warmste Week overigens. Dat vond ik mooi, een concrete vraag is zo een bredere maatregel geworden waar veel mensen van kunnen genieten.”

De job stopt nooit, vindt Aerts. “Je kan altijd worden aangesproken omdat je in het parlement zit. Hoe meer thema’s je volgt, hoe vaker je onverwacht moet reageren op ontwikkelingen. Soms draaien we lange dagen met nachtelijke zittingen. Maar je bent ook een beetje je eigen baas. Je kiest zelf naar welke commissies je gaat. Zo kun je een beetje vrije tijd voor jezelf organiseren.”

Nahima Lanjri (CD&V, Antwerpen) - “De sociale media hebben ons werk enorm veranderd”

Van alle huidige Antwerpse parlementsleden heeft Nahima Lanjri de langste staat van dienst. Ze werd verkozen in 2003 en zit sindsdien in het parlement, waarvan vier jaar in de Senaat. Ze moet niet lang nadenken over wat er in die 23 jaar veranderd is in de Kamer: “De sociale media hebben een enorme impact op onze manier van werken.”

“Ik stoor me eraan dat collega’s in de commissies tussenkomsten doen, alleen maar met het oog op een straf filmpje op Instagram of TikTok. De sociale media zijn goed om aan het publiek te vertellen waarmee je bezig bent of om uit te leggen wat er beslist wordt, maar veel collega’s posten gewoon dingen om te scoren.” Die sociale media hebben ook een versnelling teweeggebracht. “Je wordt geacht op alles te reageren, en liefst zo snel mogelijk. Daar doe ik niet aan mee. Als ik iets interessants zie passeren, zal ik er ook iets over posten, maar het inhoudelijke gaat altijd voor.”

Lanjri is vooral actief in sociale zaken. Een beter pensioen voor onthaalouders, een verlenging van de zwangerschapsrust, ouderschapsverlof voor pleegouders, een langer rouwverlof, een beter statuut voor de mantelzorgers… Het zijn allemaal dingen waarover ze zelf wetsvoorstellen heeft gedaan, of waarop ze ministers heeft aangesproken.

“Het geeft veel voldoening als je zaken geregeld krijgt”, zegt ze. “Het kan jaren duren eer je wetsvoorstel ook echt wet wordt. Maar als dan bijvoorbeeld de mantelzorgers me bedanken, dan denk ik: ik heb de wereld niet veranderd, maar ik heb iets voor die mensen gedaan, en zo voor de hele samenleving.”

Natuurlijk is ze weleens gefrustreerd. “Mijn wetsvoorstel voor de mantelzorgers was aan het einde van de vorige legislatuur helemaal klaar, maar zo vlak voor de verkiezingen gunnen ze je geen succes meer. Dat vind ik echt erg.” Haar wetsvoorstel om het rouwverlof uit te breiden van drie naar tien dagen deed er zestien jaar over, maar uiteindelijk werd het tijdens de vorige legislatuur aangenomen.

“Het is van groot belang dat je je als Kamerlid niet opsluit in je ivoren toren”, zegt ze. “Dat heb ik nog van Wivina Demeester geleerd toen ik op haar kabinet werkte. Ik maak veel tijd vrij om met organisaties en belangenverenigingen te praten, met SAAMO, de Gezinsbond, de vakbond… Ik bezoek ook verenigingen en organisaties, ik nodig jongeren uit in het parlement… De drukste dagen hier zijn dinsdag, woensdag en donderdag. Dan zijn de commissies en de plenaire zitting. Maar op maandag en vrijdag heb ik tijd om voeling te houden met de samenleving en met mensen en verenigingen te praten.”

Wim Van der Donckt (N-VA, Bonheiden) - “Ik blijf in de luwte, daar voel ik me goed”

Hij kende Bart De Wever van het studentenleven en schafte zich in 2009, toen hij als advocaat actief was, een partijkaart aan. “12,5 euro”, zegt hij. “Ik had ze nog maar pas gekocht of de lokale voorzitter van N-VA Bonheiden stond aan mijn deur: of ik wilde meewerken in de partij. We hadden toen nog geen verkozene in de gemeenteraad. In 2012 kwam ik één stem tekort om verkozen te geraken.”

In 2014 werd Van der Donckt gevraagd of hij geen plaats bij de opvolgers wilde voor de parlementaire verkiezingen. Hij kreeg de derde plek en voerde ijverig campagne voor de effectieven op de lijst. Vervolgens zette hij zijn advocatenwerk verder. Maar in 2017 gebeurde het: Elke Sleurs nam ontslag als federaal minister. Zuhal Demir nam haar plaats in. De eerste opvolger bij N-VA, Johan Klaps, was al ingevallen voor Jan Jambon toen die minister van Binnenlandse Zaken werd. De tweede opvolger was gestopt met de politiek. Van der Donckt: “Toen was het dus aan mij. Ik was totaal verrast. Ik vond het ook een hele eer. Weet je dat ik mijn legerdienst gedaan heb in het Parlement? Ik moest toen de volksvertegenwoordigers beschermen. Ineens was ik er zelf een.”

Van der Donckt vloog er meteen in. “Ik erfde de thema’s van Zuhal Demir. Ik zat in de commissie Sociale Zaken, samen met Valerie Van Peel. Van haar heb ik veel geleerd. In die eerste 22 maanden heb ik heel veel vragen gesteld. Bijna allemaal aan Kris Peeters. Hij noemde mij toen ‘dien ambetante uit Bonheiden’. Dat zag ik als een compliment.”

Voor de verkiezingen van 2019 benoemde de partij Van der Donckt tot eerste opvolger. Toen Jan Jambon, die verkozen was in het federaal parlement, minister-president van de Vlaamse Regering werd, schoof hij weer het halfrond in. In de oppositie deze keer. “Dat vond ik eigenlijk plezanter. Je kunt er harder tegenaan gaan. Nu moet je rekening houden met het regeerakkoord en mag je vooral de coalitiepartners niet tegen de haren strijken. Maar kom, ik amuseer me nu ook, al blijf ik in de luwte. Daar voel ik me goed.”

In 2024 mocht hij weer eerste opvolger zijn. Toen Mireille Colson gedeputeerde werd, kwam er weer een plaatsje voor hem vrij. “Ik denk dat dat vrij uitzonderlijk is, drie keer als opvolger in het parlement geraken.”

Deze legislatuur zetelt hij in de commissies Binnenlandse Zaken en Financiën en Begroting. Gaandeweg verzeilde Van der Donckt in een aantal minder bekende commissies, zoals Comptabiliteit, de ‘hervorming van parlementaire werkzaamheden’, de financiering van de politieke partijen… “Daardoor heb ik minder tussenkomsten in de plenaire zittingen, maar dat vind ik niet erg. In de commissie Comptabiliteit controleren we de rekeningen van allerlei instanties. Wie kan zeggen dat hij de rekening van het Rekenhof mag nakijken?”

Ook de partijfinanciering is zijn ding. “Als ze in 2019 mijn voorstel hadden aangenomen om de partijdotaties niet langer te indexeren, hadden we al miljoenen bespaard. Intussen is de bevriezing van de partijdotaties een feit. Daar ben ik trots op. Je moet geduld hebben in het parlement. Pushen is vaak niet de beste aanpak.”

Een keer per maand vergadert Van der Donckt in het Benelux-parlement, dat bestaat uit parlementsleden uit België, Nederland en Luxemburg. “Dat kan gaan over Schengen en grensarbeid, maar tegenwoordig ook over hoe de Benelux het laboratorium voor Europese hervormingen kan worden. We bespreken nu het handelsverdrag met de VS. Daarbij kijken we naar de handelsbelemmeringen die er nu nog zijn tussen onze landen. Als wij die kunnen wegwerken, kan dat elders in Europa misschien ook. Het Benelux-parlement is meer een denktank. We zoeken daar naar consensus. En die vinden we vaak, zelfs tussen Kamerleden van Vlaams Belang en PS. Stel je voor. Al hadden we een Nederlander nodig om dat akkoord te sluiten. Maar dat Benelux-parlement werkt echt.”

Ellen Samyn (Vlaams Belang, Brasschaat) - “Ik verleg geen stenen in de rivier, maar kiezeltjes”

“Ik werk hard. En ik durf met de hand op het hart zeggen dat de meeste Kamerleden dat doen”, zegt Ellen Samyn. Zelf is ze actief in de commissies Sociale Zaken en Buitenland. “Mensen zien het vaak niet, en dat is frustrerend, maar als lid van de Kamer kan je wel degelijk invloed uitoefenen.”

In de middelbare school in Roeselare kon het Vlaams Blok haar het meest overtuigen. Na haar studies in 2001 kon ze meteen aan de slag als parlementair medewerker van Gerolf Annemans in de Kamer. Later volgde ze hem naar het Europees Parlement. In 2019 werd ze zelf voor het eerst verkozen tot Kamerlid. Ze volgde de liefde naar Brasschaat. Haar man Dimitri Hoegaerts is er raadslid voor Vlaams Belang.

In de commissie Buitenlandse Zaken is Samyn zeer actief. “Weet je dat wereldwijd ongeveer 388 miljoen christenen worden vervolgd? Daar wordt veel minder over gepraat dan over islamfobie of antisemitisme. Ik vind dat we onze afkomst verloochenen als we geen aandacht hebben voor die christenen.”

Ook het lot van de Armeniërs uit de enclave Nagorno-Karabach trekt ze zich erg aan. Die enclave in Azerbeidzjan werd in 2023 opgeheven. Duizenden Armeniërs ontvluchtten de streek. “Ik kan niet tegen onrecht en tegen volkeren die onderdrukt worden”, zegt Samyn. “Ik heb al aan fundraising gedaan voor die vluchtelingen.”

Maar het meeste werk heeft ze in de commissie Sociale Zaken. “Er verandert nu zoveel op sociaal vlak. Alles moet via deze commissie passeren. We vergaderen heel veel nu, vaak nachten door. De pensioenhervorming beslaat 1.300 pagina’s. Die heb ik doorgenomen en ik heb onlangs in de commissie drie uur lang over die hervorming gesproken.”

Een dossier waarin ze zich heeft vastgebeten is dat van de meewerkende echtgenote bij zelfstandigen, vooral bij landbouwers. “Een deel van die vrouwen heeft nu al toegang tot een minimumpensioen Daar ben ik blij om. Maar we zijn er nog niet.”

Samyn raakt weleens gefrustreerd omdat er zo weinig naar haar geluisterd wordt. “Het is als lid van het Vlaams Belang heel moeilijk om aandacht te krijgen. Maar ik geef niet op. Ik zie vaak genoeg dat onze voorstellen gedeeltelijk worden meegenomen in de wetgeving. Ik verleg geen stenen in de rivier, maar kiezeltjes. Dat geeft me de kracht om door te gaan.”

Greet Daems (PVDA, Geel) - “Die treinreis van Geel naar Brussel, dat is een schande”

“Ik wil opkomen voor mensen die weinig rechten hebben, zoals asielzoekers of slachtoffers van het misbruik in de Kerk”, zegt Greet Daems. Maar ook voor de Kempenaars wil ze zich inzetten. “Mijn grootste frustratie is eigenlijk mijn treinreis naar Brussel.”

Greet Daems gaf veertien jaar les aan analfabeten. Bij het Centrum voor Basiseducatie LIGO ontmoette ze collega’s die haar warm maakten voor PVDA. “Maar als je gewend bent om aan mensen die weinig Nederlands kunnen alles zo helder en eenvoudig mogelijk uit te leggen, dan is het heel moeilijk om je aan te passen aan de taal van het parlement. Dat is een systeem uit de negentiende eeuw waar een taal gebruikt wordt die duidelijk niet bedoeld was om begrijpelijk te zijn voor de gewone bevolking.”

Daems had dus wat aanpassingstijd nodig, maar gelooft intussen rotsvast dat ze de sociale strijd van de mensen op straat kan vertalen naar het parlement. “Als je kijkt naar de oorspronkelijke voorstellen van de Arizona-regering en ziet wat er al aangepast is, dan weet je dat we heel wat bereikt hebben.” Daems is ook actief in de commissie Asiel en Migratie. “Daar blijf ik opkomen voor een menselijk beleid en respect voor de rechten van asielzoekers.”

Ze maakt ook deel uit van de Commissie Naturalisaties. “Daar beslissen we met achttien parlementsleden over individuele aanvragen tot naturalisatie. Ik vind het een serieuze verantwoordelijkheid om op die manier te beslissen over het lot van mensen. Gelukkig zijn er almaar minder dossiers. Alleen staatlozen en mensen die een uitzonderlijke sportieve prestatie leveren, volgen nu nog deze weg om Belg te worden.”

Als Kempens Kamerlid maakt Daems deel uit van de Taskforce Streekplatform Kempen, waarin Kempense burgemeesters en parlementsleden zetelen. Zij nemen Kempense dossiers ter harte. “Daar hebben we het al vaak gehad over het openbaar vervoer naar de Kempen. Die treinreis van Geel naar Brussel, dat is een schande”, zegt ze. “Treinen afgeschaft, stations die worden overgeslagen, vertragingen zodat je je aansluiting mist… Ik heb te doen met de treinbegeleiders die dat elke dag moeten meemaken.”

Kris Vanmarsenille