Na 10 jaar loopt het certificaat voor de elektronische handtekening op een eID af. Net dat certificaat maakt de kaart bruikbaar voor online toepassingen. Daardoor kunnen duizenden senioren opeens hun kaart niet meer gebruiken voor belangrijke digitale overheidsdiensten zoals Tax-on-web, Mijn Burgerprofiel, MyPension of eHealth, terwijl hun identiteitskaart officieel nog altijd geldig is.
“Wat 10 jaar geleden bedoeld was om administratie te vereenvoudigen, leidt vandaag tot frustratie, digitale uitsluiting en zelfs veiligheidsproblemen”, zegt Kamerlid Wim Van der Donckt. “De technologie en regelgeving zijn veranderd. Een identiteitskaart 30 jaar ondersteunen is simpelweg niet meer mogelijk.”
In de toekomst zullen alle Belgen vanaf 12 jaar dus een eID met een geldigheidsduur van 10 jaar krijgen. “Zo blijft de identiteitskaart veilig, betrouwbaar en volledig bruikbaar, zowel online als offline”, zegt Van der Donckt.
Veilig digitaal actief
Het probleem gaat volgens Van der Donckt verder dan digitale toegankelijkheid. Ook de veiligheid van de kaarten vormt een risico. Na 10 jaar kan niet langer worden gegarandeerd dat de chip in de kaart nog voldoet aan de huidige veiligheidsnormen.
Daar komt bij dat Europese regels voorschrijven dat zulke chips om de 5 jaar opnieuw gecertificeerd moeten worden. Bij oudere kaarten lukt dat technisch vaak niet. “Door deze uitzondering voldoen de 30-jarige eID’s niet langer aan de Europese veiligheids- en interoperabiliteitsnormen”, legt Van der Donckt uit. “Dat kan zelfs problemen opleveren bij grenscontroles.”
“Deze wetswijziging zorgt ervoor dat onze identiteitskaart mee blijft met de tijd”, besluit Van der Donckt. “Ze verhoogt de veiligheid, maakt digitale dienstverlening toegankelijker en voorkomt dat een groeiende groep burgers wordt uitgesloten. Want we willen burgers net stimuleren om digitaal actief te blijven, in plaats van hen af te stoten met extra drempels.”